

De Singelloop is er voor iedereen. In de eerste plaats meldt het gewone ‘voetvolk’ zich voor de renronde door Leiden. Maar vanwege de band met het koningshuis kan zich ook wel eens een verdwaalde Oranjeklant aan de start melden. De vraag op 29 april 1994 is: welke prins?

Organisator Rob Schouten van de Leidse Politie Sportvereniging LPSV doet of hij van de hoed en de rand weet. Maar zelfs hij moet achteraf bekennen dat hij stiekem ook op kroonprins Willem-Alexander had gerekend. ,,Twee minuten voordat de prins (Constantijn) in het bakkie klom’’, laat Schouten in de krant optekenen, ,,wist ik pas dat zijn broer niet kwam.’’ Omstanders, zo meldt het Leidsch Dagblad de volgende dag, menen de kroonprins echter wel te hebben gezien, te midden van lijfwachten. Anderen vermoeden dat een dubbelganger van de prins meeloopt. Maar W.A. van Buuren, zoals hij sinds zijn incognito Elfstedentocht ook wel te boek staat, kan zich toch niet vrijmaken. Vandaar dat de vorstelijke inbreng bij de 19de Singelloop beperkt blijft tot het startschot – vanuit het bakkie oftewel de hoogwerker – van prins Constantijn, de broer van Willem-Alexander.
Gelukkig is hij niet de enige aanwezige, want de organisatie telt er daags voor Koninginnedag 2385. In sportief opzicht kan het talrijke publiek zijn vingers aflikken. Want met het trio Joost la Lau, Theo van der Veer en Huub Pragt strijdt het snelste gezelschap uit Leiden en omstreken om de overwinning. De enige van deze drie die de Singelloop nooit eerder had gewonnen, Leidenaar La Lau, zegeviert nu wel.
In financieel opzicht slaagt de Singelloop ook volledig. Er resteert 15.000 gulden (zo’n 6700 euro) voor het goede doel: Zeehospitium Rijnland. Burgemeester Cees Goekoop maakt een vorstelijk gebaar door cash 1000 gulden te doneren.
Ook kan de organisatie van LPSV, Leidsch Dagblad en energiebedrijf EWR met voldoening terugkijken op de nieuwe ronde. Want voor het eerst start de Singelloop vanaf het EWR-terrein aan de Maresingel. Het aloude Dudok-gebouw waarin het Leidsch Dagblad tot 1993 huisde, doet na de verhuizing van de krant naar de Rooseveltstraat niet meer dienst als uitvalsbasis.
Datum: vrijdag 29 april
Winnaar: Joost la Lau
Starter: prins Constantijn
Deelnemers: 2385
Opbrengst: 15.000 gulden
Goede doel: Zeehospitium Rijnland
Bijzonder: de start, voor het eerst vanaf het EWR-terrein. Vijftig wedstrijdatleten starten vlak voor de meute.
Die nummers garanderen vrijdag 17 april om 19.30 uur een plaats op de voorste startrij voor de 6,5 kilometer lange loop door het hart van Leiden.
Niet alleen Kopmels (Leiden Atletiek), maar ook zijn clubgenoten Zeb Beelen (nummer 2), Bilal Nour (nummer 3) en Sander van Elk (nummer 41) dromen van een zegetocht over de zeven Leidse singels. Alphenaar Thijmen Lek (AAV ’36, nummer 4) en de Westlandse marathonloper Dominic Bersee (Olympus ’70, nummer 7) zijn geduchte concurrenten van de Leidse thuislopers.
In hun kielzog hopen ook jonge talenten de aandacht te trekken in het grote lopers-peloton, dat van de Singelloop jaarlijks een soort wereldkampioenschap van Leiden maakt. De studentes Froukje Mons (nummer 137) en Judith Smalbraak (nummer 138) behoren op papier tot de snelste vrouwen, net als de pas 15-jarige Juliette Meijer (nummer 126) uit Voorschoten.
Mede door de grote belangstelling van getrainde wedstrijdatleten neemt het aantal deelnemers aan de Singelloop de laatste jaren sterk toe. Een stoet van 5000 à 6000 deelnemers maakt een geoliede start – met de snelste lopers op de voorste rijen – van groot belang. Op die manier kan iedereen snel uit de voeten, de een om snel klaar te zijn, een ander om onderweg lang te genieten, en allemaal om sportief bij te dragen aan de goede doelen.